Everest, Gokyo and Three Passes

Hoe gaat dat nou, zo’n trekking?

12 augustus 2017

Hoe gaat dat nou, zo’n trekking?

 

Regelmatig krijg ik de nodige vragen over hoe zo’n trekking dan gaat. Ga ik echt alleen en is dat wel veilig? Moet ik ook in de touwen? Hoe koud is het daar? Wat doet de sherpa? Hoeveel loop je? Iedere dag?! En is het dan druk? Is het gevaarlijk? Vind je het niet eng? Waar ga je nu weer aan beginnen?! Tijd om die vragen te beantwoorden.

Wat staat me te wachten?
Van Kathmandu ga ik per auto naar het plaatsje Jiri, startpunt van de trekking. Dat is een flinke dagrit. Op bijna 2000 meter hoogte beginnen we te wandelen. Het is bergwandelen, niet bergbeklimmen. Ik hoef niet in touwen, beugels en ijzers. Maar ik ga wel hoog. Op het hoogste punt lopen we ruim 800 meter hoger dan de Mont Blanc, Europa’s hoogste berg.

We lopen over eeuwenoude handelspaden en door Nepalese bergdorpjes. In principe wandelen we iedere dag, 26 dagen lang. Omdat ik zoveel dagen heb, is er ruimte voor een rustdag of een kortere dag. De meeste dagen lopen we zo’n kilometer of 15, waar we 5 tot 8 uurtjes over doen. Na anderhalve week passeren we de 4000 meter grens. De lucht bevat op deze hoogte zo’n 60 procent zuurstof en het lichaam heeft tijd nodig zich aan te passen. Daarom hebben we vanaf deze hoogte af en toe een acclimatisatiedag nodig om hoogteziekte te voorkomen.

Is het druk?
Het gebied van Mount Everest is het meest populaire en drukke van de Himalaya. In oktober en november is het op deze paden ontzettend druk. December is een stuk rustiger vanwege de intredende winter. In het voorjaar wordt het opnieuw druk. Dit is de meest geschikte periode om Mount Everest en de andere achtduizenders in de Himalaya te beklimmen. Everest Base Camp is dan in vol bedrijf en expeditieteams bereiden zich voor op de sprong naar de top. Die sfeer wil ik proeven. Everest Base Camp wil ik zien. Daarom ga ik deze keer in april. Ik besef dat het drukker zal zijn dan ik gewend ben. Maar hoe druk? Ik heb geen idee.

Waar slaap ik?
De nachten breng ik door in eenvoudige lodges van steen of hout. Dan lig ik in mijn donzen slaapzak die me warm moet houden tijdens nachten tot -10 graden op hoogte. Gelukkig zal het overdag niet zo koud zijn. Met een zonnetje is het al snel 15 graden . Douchen is er niet echt bij. Op lagere hoogte met nog redelijke temperaturen wil dat nog wel es lukken. Een klein douchekopje met wisselende stralen. Het water is echter koel voordat het je lijf raakt. Toch is er af en toe een uitzondering met redelijk warm water en goede douchekop. Soms is het op de hurken onder een kraantje, een andere keer is het een emmer heet water om mezelf en mijn haren mee te wassen.  De toilet is vaak buiten. 4 wandjes, een dakje en een gat in de grond. Alhoewel op mijn laatste trekkings er steeds vaker zittoiletten zijn. Soms gebouwd tegen de lodge zodat je binnendoor kunt, maar meestal buiten langs. Even rennen vanwege de kou en dan even blijven staan om naar de eindeloze sterrenhemel te kijken.  Hoe heerlijk de eerste echte hete douche en een zittend toilet na de trekking in het hotel in Kathmandu weer zijn. Dat is pas ware luxe!

Sherpa en drager
De sherpa is mijn berggids. Hij leidt me door de bergen en over passen en ziet mee toe op mijn welzijn. Het zijn prachtige, sterke mensen! Mijn grote backpack wordt door een drager van lodge naar lodge gebracht. Dus hoef ik alleen mijn dagrugzak te dragen. Toch nog altijd een kilo of 5 à 6 (noodmateriaal, extra kledinglagen en drinken).

En dan resteert er niets anders dan stappen en genieten, beleven en voelen!

 

Zo gaat dat dus

 

You Might Also Like

Geen reacties

Laat een reactie achter