Browsing Category

Everest, Gokyo and Three Passes

Everest, Gokyo and Three Passes

Everest, Gokyo and Three Passes Trekking

25 oktober 2017

 

De Everest, Gokyo and Three Passes trek is dé ultieme trekking! Het is een ware krachtmeting met jezelf. Een tocht van 26 dagen. Waarbij je 10 dagen op een hoogte van 5500 meter loopt. En een aantal nachten op 5000 meter slaapt. Omgeven door krakende gletsjers en hoogste bergen van de wereld.
Op deze trekking loop je letterlijk in de voetsporen van de expeditieteams uit het verleden, op weg naar Everest, voor de beklimming van de top. In de voetsporen van Sir Edmund Hillary en Tenzing Norgay, die Everest in 1953 als eersten wisten te bedwingen. (Al geloof ik zelf dat Mallory en Irvine in 1924 al als eersten op de top stonden, maar dat is een ander verhaal.)

De trekking is in 3 delen te delen.

Van Jiri naar Lukla
De eerste week loop je van Jiri naar Lukla. Door het vruchtbare laaggebergte van de Himalaya. Boerderijtjes en terrassen zijn tegen de groene berghellingen geplakt. Daartussen lopen kleine paadjes slingerend omhoog en omlaag. Na iedere bergpas volgt weer een nieuwe vallei. Tegenwoordig vliegen wandelaars en klimmers naar het kleine vliegveldje van Lukla op 2800 meter. Met als gevolg dat de looproute van Jiri naar Lukla de laatste twintig jaar in verval is geraakt. Veel toeristen hebben weinig tijd en willen snel doorstoten naar Everest Base Camp en weer terug. Maar voor een betere acclimatisatie, om het lokale leven in de bergen te voelen, en om fitter en sterker te worden is Jiri een beter alternatief.

Van Lukla naar Everest
Het tweede deel is van Lukla naar Everest Base Camp op 5400 meter. Dit is de meest populaire route. Hier kom je boven de boomgrens. Het is de weg naar grotere hoogte, waar de lucht minder zuurstof bevat en de regels van acclimatisatie gaan spelen. Om je lichaam langzaam aan de hoogte en het gebrek aan zuurstof te laten wennen. Neem je deze regels niet in acht, dan loop je grote kans op hoogteziekte. En in dat geval is er maar één oplossing: omlaag! In de gunstigste geval ga je lopend terug, in het slechtste geval per helikopter acuut naar het ziekenhuis.

Gokyo en de Drie Passen
Het derde deel bestaat uit Gokyo en de zogenoemde Three Passes. Op deze route steek je drie bergpassen over op een hoogte van 5500 meter. Daar tussendoor kun je ook nog 3 bergtoppen van 5500 meter meenemen. De eerste pas ligt op een alternatieve route naar Everest Base Camp. Na Base Camp te hebben bezocht, steek je de tweede pas over naar Gokyo, de hoogste en laatste overnachtingsplek in de Gokyo Vallei. En van daaruit steek je de derde pas over die uitkomt in de vallei die rechtstreeks naar Tibet loopt. Daar loop je over een eeuwenoude handelsroute waar 300 bepakte yaks per dag liepen voordat de Chinezen de grens een paar jaar geleden sloten.

Via deze vallei loop je terug naar Namche en Lukla. Daar kun je nog een laatste keer naar een hoogte van 5200 meter, lopend naar de top van Sundur Peak. In Lukla zit de trekking van 26 dagen erop en is het tijd om de volgende dag terug te vliegen naar Kathmandu.


Now that’s what we call trekking!

 

 

 

 

 

Everest, Gokyo and Three Passes

Jiri

21 oktober 2017

Jiri

4 april 2017

 

Jiri is een vrij groot dorp waar de asfaltweg eindigt om vervolgens in een soort van zandweg verder te gaan. Het is een dorp van de handel. Omgeven door grote groene bergen. Na onze spullen in de lodge te hebben gelegd, loop ik de hoofdstraat af. Het is een drukte van jewelste zo op de late middag. Kindjes die buiten spelen, vrouwen voor hun winkeltjes en jongemannen paraderend door de straten.

Hier liep ik ruim twee jaar geleden ook. Verbaasd kijk ik rond. De zware aardbeving van 2015 heeft het dorp flink getroffen. Het deel van de straat waar destijds mijn lodge stond, heeft de aardbeving niet doorstaan. Wat akelig om te zien en ik denk aan de eigenaren. Meerdere panden zijn weggeslagen en inmiddels wordt er weer van de grond af opgebouwd. Herstelwerk is begonnen en de dorpelingen zien ook kansen. De weg ligt half open om een grote waterpijp onder de grond aan te leggen. Het is een chaos in de straat.

Ik loop een pad omhoog naar een kleine stoepa en een gouden Boeddha. Op 2000 meter is een paar trappen omhoog ineens best zwaar. Een oude vrouw loopt haar rondjes om de stoepa. De gebedsmolens draaiend, de kralenketting in haar handen. Ze knikt naar me met een glimlach. De Boeddha kijkt op ons neer. Het is een vredig moment.
Teruglopend klinken de vriendelijke begroetingen. Namasté! Wat in het Sanskriet “ik buig voor jou” betekent. De vrouwen zitten op hun hurken of op kleine rieten krukjes. Breiend voor hun huis of roerend in grote pannen hete olie. Een mandarijntje wordt me aangeboden. De mannen van het dorp staan te kletsen op het plein. En een verkoper zegt lachend dat hij mijn iPhone wel wil kopen.

Terug in mijn lodge sluiten Kendra en Ang Kami aan. Het wordt snel donker en het eten komt op tafel. We praten over de trekking en de komende dagen. Het heeft even tijd nodig om elkaar te leren kennen. Het begin is altijd een beetje onwennig. De avonden zijn kort in de bergen en al snel is het bedtijd. Morgen weer vroeg op. Dan gaat het beginnen.

 

Namasté!

Everest, Gokyo and Three Passes

Kathmandu naar Jiri

18 oktober 2017

Kathmandu naar Jiri

4 april 2017

 

Vandaag vertrekken we met de auto naar het startpunt van de trekking: Jiri. Eerst nog een gewone en warme douche nu het nog kan, want ik weet wat me te wachten staat in de bergen. Na het ontbijt sta ik met mijn rugzak beneden. Ang Kami wacht me op in de tuin en stelt me voor aan mijn drager Kendra. Een vriendelijke, verlegen jongeman. We lopen naar een witte jeep en een goedlachse chauffeur. De tassen achterin, de jongens op de achterbank en ik voorin. Klaar voor vertrek!

We gaan kriskras door hartje Kathmandu. Mensen zijn op weg naar hun werk. Groenten- en fruitstalletjes worden weer uitgestald. Het past allemaal maar net in de nauwe straatjes. De verkeerspolitie op hun post midden in de uitlaatgassen en heb ik met ze te doen. We volgen de hoofdweg naar het oosten. Een vroege ochtendzon probeert zich te laten zien door de ochtendnevel en de smog. En ongemerkt rijden we van de ene in de andere stad op de “Highway” naar Tibet.
Ik zuig de wereld in me op. Het blijft een avontuur. Verkeer kriskrast door elkaar. De trucks en de bussen wanen zich de baas van de weg en trekken luid toeterend met zwarte uitlaatgassen de gaten in de weg. Het leven gebeurt langs die grote weg. Mensen, honden en geiten lopen door elkaar. Handeltjes langs de weg en alles onder de stof.

Dan slaan we rechtsaf de hoofdweg af. De paddenstoel zegt “Jiri – 110 km”. Dat lijkt weinig, toch doen we over deze 110 km nog 5 uur. Vanaf dit punt zit er namelijk geen recht stukje meer in de weg. Berg op, berg af, haarspeldbochten slingerend langs de bergwanden, door de kleine dorpjes en bossen, langs boerderijtjes en velden. Een bus voor ons passeren lukt vaak niet en ik ben blij dat ik daar niet in zit als er een tegenligger passeert.

De weg is Nepalees. Soms redelijk. Soms aan flarden gereden. Grote gaten die nog open liggen. Soms opgevuld met stenen. Soms bedekt met betonnen platen daar waar watervalletjes over de weg gaan. Onze lachende chauffeur neemt voorzichtig alle obstakels. De grotere steden waar we door heen komen zijn niet al te fraai. Maar daarbuiten zijn de uitzichten al geweldig. De hoge groene bergen met de vele rijstterrassen tegen de hellingen. Grote wolkenplukken. En de eerste witte toppen in de verte van de Himalaya. Wat is Nepal toch mooi.

Om 16.00 uur komen we in het dorpje Jiri aan. Onze eindbestemming van vandaag en ons startpunt van de trekking morgen!


King of the Road

De cijfers
1400 meter: Kathmandu
1900 meter: Jiri
afstand: 160 km
8 uur rijden

Everest, Gokyo and Three Passes

Bodhnath

7 oktober 2017

Bodhnath

3 april 2017

 

Joy staat op het afgesproken tijdstip klaar. Ik ga naast hem voorin zitten om onderweg niets te missen. We rijden naar Bodhnath, een van de grootste boeddhistische stoepa’s ter wereld en mijn favoriete plekje in Kathmandu. Voor iedere trekking breng ik een bezoek. Voor een veilige terugkeer. Het is een soort van bijgeloof geworden.

Joy parkeert zijn auto op de vaste plek in een van de zijstraatjes. En boven de hoge gebouwen uit zie ik een toren van goud en de ogen van Boeddha. Hij is weer opgebouwd! Bij de aardbeving van 2 jaar geleden raakte de stoepa zwaar beschadigd. Bij mijn bezoek vorig jaar op weg naar Tibet stond alles nog in de steigers. Geen gouden toren, geen gebedsvlaggen en geen pelgrims.
Als een ware Nepalese steek ik de drukke straat over, loop onder de boog door en sta oog in oog met Bodhnath. Weer in volle glorie! De gebedsvlaggen en pelgrims zijn terug. Alsof er nooit een aardbeving geweest is.

Ik laat het rustig op me inwerken en loop dan het rondje met de klok mee langs alle gebedsmolens in de muur. Tussen de Tibetaanse pelgrims en boeddhistische monniken. Bodnath kijkt toe. Hier staat de tijd stil. “Om mani padme hum” klinkt uit de vele winkeltjes. Flarden wierook stijgen op uit grote stenen potten. Uit open ramen klinken boeddhistische muziekinstrumenten en gezang. Honden liggen verspreid op de grond. Vele handen draaien de gebedsmolens steeds opnieuw. De pelgrims met verweerde gezichten, lange vlechten en mooie gewaden lopen hun rondjes langs Bodnath. Keer op keer op keer. De kralenkettingen glijden door hun kromme vingers. Op een bankje in de zon zie ik deze bijzondere wereld aan me voorbij gaan. Alsof ik nooit weggeweest ben.

Te snel is het weer tijd om te gaan. Ik heb nog veel te doen. Om 18 uur ben ik terug in het hotel. Het tijdsverschil en de nacht overslaan eisen hun tol. Ik sla het avondeten over. Een colaatje en een broodje van vanmiddag zijn goed genoeg. En op mijn gemak maak ik mijn rugzak voor de trekking in orde. De weinige spullen die ik niet nodig heb gaan in het depot van het hotel. Ik stuur de laatste appjes naar huis en lig om 20 uur in mijn bed. Een goed bed. Het was een mooie dag.

 

Om mani padme hum

 

Everest, Gokyo and Three Passes

Aankomst Kathmandu

7 oktober 2017

Aankomst Kathmandu

maandag, 3 april 2017

 

Aankomst
Het is druk op het vliegveld van Kathmandu. Het rode bakstenen gebouw van Tribhuvan International Airport voelt vertrouwd. De gezichten lijken hetzelfde. De tijd lijkt hier stil te staan. Toch zijn er iedere keer weer kleine veranderingen te zien. De wachttijden, die zijn er niet minder om. De man van het visumloket wenkt me. Een visum tot 30 dagen is 40 dollar, een visum tot 90 dagen is 100 dollar. Mijn verblijf in Nepal? 31 dagen … De man vraagt 40 dollar, geeft me een 30 dagen visum en knipoogt. Op het visum staat 30 + 1 dag geschreven. We kijkend elkaar lachend aan. Hoe aardig!

Met mijn reistas en rugzak loop ik naar buiten. De geuren en geluiden zijn vertrouwd. De mensen achter het hek die hun gasten komen ophalen ook. Ik kijk op de vele blaadjes op zoek naar mijn naam. En daar hoor ik ineens “Natasja” roepen. De man van Thamserku komt aanlopen en zwaait met het blaadje in zijn hand. Terwijl we naar de auto lopen, zegt hij lachend dat ie me herkende van de vorige keren.

Oude bekenden
De auto van Thamserku brengt me naar het Nirvana Garden Hotel aan de rand van Thamel, de toeristenwijk van Kathmandu. Ik neem de stad in me op. De stad die ik eens zo vies en te druk vond. Ik ben ervan gaan houden. De drukte, de chaos en de mensen.
Mijn agent Kumar wacht me op in de lobby van het hotel. Het is goed elkaar weer terug te zien. Het personeel van de receptie heet me weer hartelijk welkom. Ook hier staat de tijd stil. We praten bij met een kop thee, doen de gebruikelijke incheck en nemen de details van mijn trekking door. Een jongeman schuift aan. Het is mijn gids, Ang Kami Sherpa. Jong, een hippe haarkuif en een oorringetje. Helemaal anders dan mijn vorige gids Sancha. We maken kennis en zullen vanaf morgen een maand lang samen optrekken. Maar dat is morgen pas.

Het is inmiddels half 3 als ik op mijn hotelkamer kom. Ik geniet even van het zonnetje op het balkon van mijn hotelkamer. Het is een heerlijke 25 graden. Hoe anders dan in december. Veel tijd in Kathmandu heb ik niet. Morgenvroeg vertrek ik al naar de bergen. Dus tijd om in actie te komen. Buiten staat Joy naast zijn kleine witte autootje. Met een lach begroeten we elkaar. Joy is mijn vaste taxichauffeur in Kathmandu en heeft zijn standplaats bij het hotel. We spreken over een half uurtje af. Eerst de praktische zaken: geld pinnen, flessen water en een broodje kopen. Dus ik loop snel de hoek om, Thamel in.

 

Good to be Back

Everest, Gokyo and Three Passes

Onderweg

1 oktober 2017

Onderweg

2 april 2017

 

Ik kijk uit het vliegtuigraam. Het rode logo van Turkish Airlines op de vleugel steekt fel af tegen de strakblauwe lucht. Daaronder een skyline van witte bergtoppen. De Himalaya! Een uitzicht waar ik nooit genoeg van krijg. Ik ben er bijna. Nepal!

Mijn gedachten gaan terug naar mijn laatste trekking in december twee jaar geleden. Een trekking van vier weken naar Gokyo en Everest. Door hevige sneeuwval raakten we ingesneeuwd in Gokyo op 5000 meter hoogte. Na vier dagen maakte een helikoptervlucht een voortijdig einde aan mijn trekking. De vlucht was een droom! Onbeschrijfelijk mooi! Maar bracht me anderhalve week te vroeg terug naar de grote stad. Ik wist dat ik terug zou komen om deze trekking opnieuw te doen.

Ik kijk weer naar de witte bergtoppen in de verte. De komende maand loop en leef ik weer tussen deze reuzen. Nu, twee jaar later, is het zover.

Weer terug!

Everest, Gokyo and Three Passes

Programma Everest, Gokyo and Three Passes

1 oktober 2017

Wil je weten wat mijn programma was? Welke route ik heb gelopen en waar ik heb geslapen?
Dat vind je hier.

 

Dag  1      Aankomst Kathmandu  (1400m)

Dag  2      Rit naar Jiri, startpunt van de trekking  (1900m)

Dag  3      Deurali  (2750m)

Dag  4      Sete  (2520m)

Dag  5      Junbesi  (2560m)

Dag  6      Nunthala  (2220m)

Dag  7      Bupsa  (2360m)

Dag  8      Surkhe  (2290m)

Dag  9      Monjo  (2840)

Dag 10     Namche  (3440m)

Dag 11     Namche (acclimatisatietocht)  (4000m)

Dag 12    Tengboche  (3870m)

Dag 13    Dingboche  (4360m)

Dag 14    Dingboche (acclimatisatietocht)  (4860m)

Dag 15    Chukung en Island Peak Basecamp  (4730m)

Dag 16    Chuking Ri (5000m)  en Dingboche   (4360m)

Dag 17    Lobuche  (4930m)

Dag 18    Gorekshep (5160m)  en Everest Base Camp  (5550m)

Dag 19    Kala Pattar (5700m)  en Zongla  (4830m)

Dag 20    Cho La (Pas) (5420m)  en Dragnag  (4700m)

Dag 21    Gokyo  (4750m)

Dag 22    Heilige meren van Gokyo  (4750m)

Dag 23    Gokyo Ri  (5350m)

Dag 24    Renjo La (Pas) (5440m)  en Lunden  (4360m)

Dag 25    Thame  (3750m)

Dag 26    Sundur Peak  (5255m)

Dag 27    Monjo  (2840m)

Dag 28    Lukla  (2850m)

Dag 29    Vlucht naar Kathmandu

Dag 30    Kathmandu  (1400m)

Dag 31    Vertrek naar huis

Everest, Gokyo and Three Passes

In 5 stappen fit voor een trekking

1 oktober 2017

In 5 stappen fit voor een trekking

 

Hoe traint iemand uit een land op zeeniveau en zonder bergen voor de Himalaya? Hoe bereid je je voor op een bergtrekking? En wanneer ben je fit genoeg? De antwoorden op die vragen zijn voor iedereen anders. Waar ik door de jaren heen wel achter ben gekomen: het is pas leuk als je fit bent! Ben je niet fit, dan is iedere dag een gevecht.

Wil je weten hoe ik me voorbereid en wat voor mij het beste werkt?

1.  Mijn vaste hardlooprondje
Een paar keer per week ren ik mijn vaste hardlooprondje van 5 kilometer. Thuiskomen, omkleden en rennen. Lukt dat niet, dan maak ik daar een wandelrondje van.

2.  Kilometers in de benen
Ik hou van wandelen. Door het jaar heen maak ik mooie dagtochten. Zo’n 3 maanden voor de start van een lange trekking voer ik die tochten op en maak ik mijn rugzak zwaarder. Een weekendje naar zee is al goed voor 50 kilometer over het Noordzeestrand. Naast de bergen is er niets zo mooi als de zee, de wind en onze Nederlandse wolkenluchten. Maar dat geldt ook voor onze herfst. Etappes van het Pieterpad bijvoorbeeld lenen zich heel goed voor prachtige herfstwandelingen langs mooie routes. De benen worden sterker!

3.  Steile hellingen in de Ardennen
Maar er moeten ook hoogtemeters gemaakt worden. Daarvoor ga ik naar mijn lievelingsplekje in de Ardennen: de Belgische dorpjes Bagimont en Bohan. Hier heeft goede vriend Geert zijn Outdoorschool en geeft hij cursussen op het gebied van bergwandelen en trekkings (www.outdoorschool.be). Hier mag ik regelmatig komen logeren. Het gebied rondom Bohan staat bekend om zijn pittige steile hellingen die niet onder doen voor een goeie helling in de bergen. Ideaal voor bergwandeltraining! Ik train met zware rugzak en zorg voor een flink aantal hellingen per dag. Goed voor 1000 meters bergop en bergaf. Daarmee train je niet alleen je benen, maar ook je ademhaling en je hartritme.

4.  Traplopen
Bergtraining blijft lastig in een land zonder bergen. Dus verzin ik er iets op. Mijn familie woont in een flatgebouw van 6 verdiepingen hoog. Vanaf een maand voor vertrek train ik daar een paar keer per week met een rugzak op. 6 verdiepingen trappenlopen, op en af, 10 keer achter elkaar. Goed voor supersterke bovenbenen en uithoudingsvermogen.

5.  Ontspanning en rust
Het is ook belangrijk dat het lichaam tussendoor voldoende herstelt. Straks op de trekking loop je iedere dag, maar nog thuis is het wijs om sportdagen met rustdagen af te wisselen. De laatste dagen voor de trekking sport ik niet meer en wandel ik alleen nog een uurtje. Het is belangrijk om goed uitgerust en uitgeslapen aan een trekking te beginnen.

En zo ben ik fit, sterk en vol vertrouwen klaar voor de bergen!


Kom maar op

 

Everest, Gokyo and Three Passes

Hoe gaat dat nou, zo’n trekking?

1 oktober 2017

Hoe gaat dat nou, zo’n trekking?

 

Regelmatig krijg ik de nodige vragen over hoe zo’n trekking dan gaat. Ga ik echt alleen en is dat wel veilig? Moet ik ook in de touwen? Hoe koud is het daar? Wat doet de sherpa? Hoeveel loop je? Iedere dag?! En is het dan druk? Is het gevaarlijk? Vind je het niet eng? Waar ga je nu weer aan beginnen?! Tijd om die vragen te beantwoorden.

Wat staat me te wachten?
Van Kathmandu ga ik per auto naar het plaatsje Jiri, startpunt van de trekking. Dat is een flinke dagrit. Op bijna 2000 meter hoogte beginnen we te wandelen. Het is bergwandelen, niet bergbeklimmen. Ik hoef niet in touwen, beugels en ijzers. Maar ik ga wel hoog. Op het hoogste punt lopen we ruim 800 meter hoger dan de Mont Blanc, Europa’s hoogste berg.

We lopen over eeuwenoude handelspaden en door Nepalese bergdorpjes. In principe wandelen we iedere dag, 26 dagen lang. Omdat ik zoveel dagen heb, is er ruimte voor een rustdag of een kortere dag. De meeste dagen lopen we zo’n kilometer of 15, waar we 5 tot 8 uurtjes over doen. Na anderhalve week passeren we de 4000 meter grens. De lucht bevat op deze hoogte zo’n 60 procent zuurstof en het lichaam heeft tijd nodig zich aan te passen. Daarom hebben we vanaf deze hoogte af en toe een acclimatisatiedag nodig om hoogteziekte te voorkomen.

Is het druk?
Het gebied van Mount Everest is het meest populaire en drukke van de Himalaya. In oktober en november is het op deze paden ontzettend druk. December is een stuk rustiger vanwege de intredende winter. In het voorjaar wordt het opnieuw druk. Dit is de meest geschikte periode om Mount Everest en de andere achtduizenders in de Himalaya te beklimmen. Everest Base Camp is dan in vol bedrijf en expeditieteams bereiden zich voor op de sprong naar de top. Die sfeer wil ik proeven. Everest Base Camp wil ik zien. Daarom ga ik deze keer in april. Ik besef dat het drukker zal zijn dan ik gewend ben. Maar hoe druk? Ik heb geen idee.

Waar slaap ik?
De nachten breng ik door in eenvoudige lodges van steen of hout. Dan lig ik in mijn donzen slaapzak die me warm moet houden tijdens nachten tot -10 graden op hoogte. Gelukkig zal het overdag niet zo koud zijn. Met een zonnetje is het al snel 15 graden . Douchen is er niet echt bij. Op lagere hoogte met nog redelijke temperaturen wil dat nog wel es lukken. Een klein douchekopje met wisselende stralen. Het water is echter koel voordat het je lijf raakt. Toch is er af en toe een uitzondering met redelijk warm water en goede douchekop. Soms is het op de hurken onder een kraantje, een andere keer een emmer heet water om mezelf en mijn haren mee te wassen.  De toilet is vaak buiten. 4 wandjes, een dakje en een gat in de grond. Alhoewel op mijn laatste trekkings er steeds vaker zittoiletten zijn. Soms gebouwd tegen de lodge zodat je binnendoor kunt, maar meestal buiten langs. Rennend vanwege de kou en dan even blijven staan om naar de eindeloze sterrenhemel te kijken.  Hoe heerlijk de eerste echte hete douche en een zittend toilet na de trekking in het hotel in Kathmandu weer zijn. Dat is pas ware luxe!

Sherpa en drager
De sherpa is mijn berggids. Hij leidt me door de bergen en over passen en ziet mee toe op mijn welzijn. Het zijn prachtige, sterke mensen! Mijn grote backpack wordt door een drager van lodge naar lodge gebracht. Dus hoef ik alleen mijn dagrugzak te dragen. Toch nog altijd een kilo of 5 à 6 (noodmateriaal, extra kledinglagen en drinken).

En dan resteert er niets anders dan stappen en genieten, beleven en voelen!

 

Zo gaat dat

 

Everest, Gokyo and Three Passes

Nepal

1 oktober 2017

Nepal

 

Op mijn eerste reis neem ik jullie mee naar Nepal. Naar de machtige Himalaya. Mee op trekking met mijn rugzak en mijn gids. Nepal, het land dat mijn hart gestolen heeft. Een bergwereld die mijn adem blijft benemen. Steeds kom ik er weer terug. Voor mijn vaste volgers zijn mijn verhalen inmiddels een wereld van herkenning. Voor nieuwe lezers gaat er een bijzondere bergwereld open. Hopelijk genieten jullie er allemaal weer van.

Afgelopen april was het zover. Na twee jaar was ik terug in Nepal voor een nieuwe trekking. Mijn vijfde trekking in tien jaar tijd. De langste, de hoogste en de uitdagendste ooit. Een maand lang op weg naar Everest Base Camp, naar Gokyo en over de bekende Drie Passen. Tien dagen leven op 5000 meter en hoger. Ga je mee?

 

Adembenemend